2014

Voor dit megaproject werkt hij het hele concept uit en brengt samen met een sterk team het Nederlands taalgebied literair en cultureel in kaart. In de laatste 34 weken brengt hij in een blog elke week veslag uit van zijn werk voor FBM16.

 

2013

Het boek is geïllustreerd door zes tekenaars die voor Bart onlosmakelijk verbonden zijn met de afgelopen dertig jaar.
2013 staat geheel in het teken van het schrijversjubileum, onder andere met een opgemerkte passage — die een jaar lang duurde — in Bibliotheek Permeke, de hoofdbibliotheek van Antwerpen.

2009

Het boek, dat bij verschijnen in maart 2009 ook als monoloog door theatergroep Stan op de planken wordt gebracht, krijgt van de kritiek bijzonder positieve reacties, belandt op de longlist van AKO Literatuurprijs, maar verandert daarna in een fluistertip.

2006

Hij onderneemt op uitnodiging van verschillende organisaties buitenlandse lezingenreizen. Hij reist zijn boeken achterna — van Zuid-Afrika naar Suriname, Japan, Zweden, Canada, van Italië naar Frankrijk en het Duitse taalgebied.

2004

De Schepping wordt het begin van een trilogie over het leven zelf. Het tweede deel uit 2010, Het Paradijs, laat het volle leven zien. Met De Hemel volgt in 2015 het slotakkoord. Bij de verhalen die Bart op het podium voorleest en speelt, hoort telkens een oratorium van Haydn, gebracht door het NBE.

2003

In datzelfde jaar debuteert hij als dichter met Verzamel de liefde.
Drie jaar later wordt hij voor twee jaar aangesteld als Stadsdichter van Antwerpen. Hij ontvangt het ere-doctoraat van de Universiteit van Antwerpen. Het stadsdichterschap resulteert in 2008 in de bundel Gedichten voor gelukkige mensen.

2000

Hij is steeds vaker op het podium te zien: eerst in literaire programma’s als Geletterde Mensen (met Joke van Leeuwen in 2001, en met Erwin Mortier en Adriaan van Dis in 2004), een enkele keer als acteur — zoals in Bremen is niet ver.

1997

In opdracht van De Standaard Magazine schrijft hij uitgebreide artikels over design, twee televisiescenario’s worden verfilmd, in 1998 maakt hij in de reeks Geletterde Mensen samen met Joke van Leeuwen een theaterprogramma, en in opdracht van theater Luxemburg schrijft hij zijn eerste theaterstuk, Rover, dronkeman, dat later ook in het Duits is vertaald en opgevoerd.

1995

Hij verlaat de uitgeverij waar hij is gedebuteerd en stapt over naar Querido, de uitgeverij waar in 1995 Blote handen verschijnt — en die Bart tot vandaag trouw is gebleven. Blote handen wordt vertaald in acht talen, wordt veelvuldig bekroond (o.a. met de Zilveren Griffel, de Boekenleeuw en de Deutsche Jugendliteraturpreis), en markeert het begin van een nieuwe periode in Barts werk.

1986

Zijn eerste adres is Nieuwstad 14 — een adres dat later ook een gedicht zal worden. Bart woont op het Theaterplein, met uitzicht op het theater waar Kus me in 1994, Broere in 2000, Bremen is niet ver in 2001 en Café Geluk in 2007 op de affiche zullen staan.

Hij werkt free-lance voor het tijdschrift Flair, recenseert kinderboeken en vertaalt artikels. Voor het blad schrijft hij een uitgebreid stuk over het leven van Astrid Lindgren.

Hij debuteert als vertaler uit het Duits met De Nieuwe Pinokkio van Christine Nöstlinger. Meer vertalingen volgen: uit het Duits (Jürg Schubiger), Frans (Frédéric Clément, Chris Donner) en Engels (Carolyn Coman, Shaun Tan, Jean Reidy).

1983

Het boek dat hij bedoelt, Duet met valse noten, verschijnt drie jaar later. Op 1 oktober 1983, om precies te zijn. Uitgeverij Altiora, die dit debuut van een negentienjarige aandurfde, gaat vier maanden na verschijnen al over tot een herdruk.

Op dat moment zit Bart Moeyaert nog op school. Hij heeft net de Kunsthumaniora in Gent afgemaakt, en studeert Nederlands, Duits en geschiedenis in Brussel.

Duet met valse noten wordt bekroond met de Prijs van de Vlaamse Kinder- en Jeugdjury in 1984, het wordt vertaald in het Japans, Duits, Catalaans en Hongaars, en krijgt ook een tweede leven als musical. Het boek verwerft de status van moderne klassieker.

1970

Hij kijkt vooral uit naar het leren lezen en schrijven. De lessen oefent hij in schriftjes en boeken. In het openingshoofdstuk van Pietertje Broms jeugdjaren van J.P. Baljé, bijvoorbeeld, onderstreept hij elk woord dat hij kan lezen met potlood. Woorden van drie lettergrepen laat hij ongemoeid, wegens nog te moeilijk.

In juni 1974 geeft Bart een eerste huiskrant uit, getypt op zeven exemplaren. Een jaar later schrijft hij een eerste lang verhaal — en noemt het zelf een boek.

In 1978 zet hij twee stappen tegelijk: op 18 juni leest hij in het programma Hartewens op de Belgische Radio 2 zijn gedicht 'Treurlied om de Schepping' voor. Op 27 juni verschijnt in Stipkrant, de kinderkrant van De Standaard, het gedicht ‘Kwaak!’, geschreven door Michiel Verberne. Bart heeft spijt van het pseudoniem dat hij heeft gekozen — niemand gelooft dat het zijn gedicht is.

Het cadeauboekje 56 kilometer, dat speciaal voor Barts twintigste schrijversverjaardag wordt gemaakt, bevat notities en herinneringen, in het bijzonder over Barts lees- en schrijfgeschiedenis.

1964

Bart Boudewijn Peter is de zevende zoon op rij. In België krijgt dat zevende kind vanzelf de koning als peetvader.

Van het Koninklijk Paleis wordt een cadeau gebracht: een gouden beker en een gouden lepel waarin een kroon en de letter B zijn gegraveerd, de B van koning Boudewijn.

In ‘De koning is geweest’, één van de verhalen uit Broere (2000, Querido) is er sprake van dat cadeau en van koninklijk bezoek.

1950

Op 18 januari 1926 wordt de moeder van Bart Moeyaert geboren: Henriette Smessaert, de enige dochter van de tuinman en de huisbewaarster van het kasteel Gruuthuse in het Belgische Oostkamp.

Op een steenworp van dat kasteel wordt Barts vader, Omer Moeyaert, op 14 januari 1927 geboren, de tweede zoon van een spoorleggersbaas en een schoenwinkelierster.

Op 1 augustus 1950 trouwen Henriette, kamermeisje, en Omer, onderwijzer. Ze wonen een tijdje in het kasteel Gruuthuse, en verhuizen later naar de woning die ze net buiten de vestingen van Brugge bouwen.