Het geluk

Vliegtuig Willemstad/Schiphol
Curaçao
zondag, 09.11.2008
20.54u
Ik zou heel graag de baai uitzwemmen, met mijn zwembril op. Als je binnen de baai blijft, zie je drie en een halve vis, en dat is mooi, maar ik hoor van anderen dat het pas buiten de baai spectaculair wordt. Hele scholen vissen, en grote inktvissen, en fluorgroene en kobaltblauwe vissen. In mijn eentje wil ik niet de baai uit, wegens niet verantwoord, maar een collega-schrijver zegt: ‘Kom, dan gaan we samen.’ Dat is goed. We zwemmen samen, en buiten de baai zie ik wat er me voorspeld is: hele scholen visjes, kobaltblauwe en felgroene vissen, en ook rare inktvissen. Maar de hele tijd zit ik mezelf in de weg. Ik zie al het moois onder me, maar ik denk tegelijk aan alles wat er zou kunnen gebeuren. De gevaarlijke stroming, ik denk aan de giftige vissen die er bestaan, ik denk aan mijn hart dat het misschien zou kunnen begeven. Maar mijn collega en ik komen veilig weer aan land, en mijn collega zegt: ‘Dat was pas zielsgeluk.’ Ik beaam het, maar tegelijk besef ik dat ik lieg. Mijn geluk werd in de weg gezeten door de gevaarlijke stroming enzovoort. Pas nu, drie dagen later, op het vliegtuig naar huis, zit ik te zuchten van geluk. Mijn dagen op de Antillen waren druk, maar zeker ook zielsgelukkig. Daar onder water, daar in die klas tijdens die tropische regenbui, daar op het terras van het restaurant vlakbij zee, daar op de opening van de kinderboekenweek, met dat ene kleine meisje dat zo trots was dat ze een schrijver mocht begeleiden. Dat was allemaal zielsgeluk, weet ik ineens.

(c) foto Carla van Lieshout