De opnames van de speelfilm gebaseerd op Moeyaerts Tegenwoordig heet iedereen Sorry worden in de zomer van 2025 afgerond. De film, in een regie van Frederike Migom, beleeft in februari 2026 zijn wereldpremière op de Berlinale.
Met componist Leonard Evers, de Nationale Opera & Ballet Amsterdam, Opera Zuid en de Nederlandse Reisopera gaat Bart Moeyaert een samenwerking aan. Hij schrijft het libretto voor een gloednieuwe opera. Atman! gaat op 21 december 2025 in première en reist in het voorjaar van 2026 door Nederland.
Atman! verschijnt in boekvorm bij uitgeverij Querido, met tekeningen van Mark Janssen.
Download de volledige biografie en/of bibliografie hieronder, en vind antwoorden op zevenentwintig vragen.

In het huis in Kalmthout — temidden van de bossen en de heide — laat Moeyaert zijn tweeëndertig stadsjaren achter zich.
Het jaar 2023 is een jubileumjaar: veertig jaar geleden debuteerde hij met Duet met valse noten. Zijn veertig jaar schrijverschap wordt gevierd met een feest met en voor de lezers, een gloednieuwe editie van zijn debuut en met Dat alles over liefde gaat, een keuze uit zijn poëzie door Ester Naomi Perquin.
In april 2024 verschijnt in de reeks Privé-domein van uitgeverij De Arbeiderspers zijn tot hiertoe meest persoonlijke boek: Een ander leven.

Op 2 april 2019 wordt Bart Moeyaert de Astrid Lindgren Memorial Award 2019 toegekend voor zijn hele oeuvre. De officiële uitreiking van de Award vindt op 27 mei 2019 plaats in het Konserthuset in Stockholm, Zweden.
Een halfjaar later, nog voordat de hele wereld in de greep komt van het coronavirus, ruilt hij samen met zijn partner Jonathan de stad Antwerpen in voor het groene Kalmthout, vlakbij de grens tussen Nederland en België.

© Johan Palmberg
In 2014 krijgt Bart Moeyaert van het Vlaams Fonds voor de Letteren en het Nederlands Letterenfonds het verzoek of hij artistiek intendant wil worden van het Gastland Vlaanderen en Nederland op de Frankfurter Buchmesse 2016. Voor dit grote project werkt hij gedurende twee en een half jaar het complete concept uit. Samen met een sterk team brengt hij het Nederlands taalgebied literair en cultureel in kaart, o.a. in het gastlandpaviljoen op de Messe.

Een opdracht van het Nederlands Blazers Ensemble resulteert in 2004 in De Schepping. Bart Moeyaerts versie van Genesis wordt een hechte samenwerking met het NBE, en gaat verder dan een eenmalig project. Verspreid over tien jaar werkt hij samen met het NBE aan een trilogie over het leven zelf. Het tweede deel, Het Paradijs (2010), laat het volle leven zien. In 2015 volgt met De Hemel het slotakkoord. Bij de drie verhalen, die samengebracht zijn in Het hele leven, met tekeningen van Peter Van den Ende, hoort telkens een oratorium van Haydn.
Dat Moeyaert zich graag laat inspireren door muziek — en door een verhaal waar muziek bij hoort, blijkt ook in 2011. Op verzoek van violiste Janine Jansen maakt hij een bewerking van Stravinsky’s L’Histoire du Soldat. Op het Kamermuziekfestival in Utrecht wordt de vertelvoorstelling — die later in boekvorm zal verschijnen als Iemands lief — als exclusief, eenmalig concert uitgevoerd. Na Olek schoot een beer (een bewerking van De Vuurvogel) uit 2006 gaat Moeyaert voor de tweede keer aan de slag met werk van Igor Stravinsky.

In 2003 debuteert Bart Moeyaert als dichter met de bundel Verzamel de liefde, die door uitgeverij Querido eerst wordt aangeboden in de catalogus voor jongeren, maar al snel door volwassenen wordt opgepikt. Vanaf de zesde druk verandert de vormgeving geheel.
Hij wordt in 2003 hoofddocent Schrijven aan het Koninklijk Conservatorium in Antwerpen, een taak die hij tot 2021 opneemt.
In 2006 wordt hij door de stad Antwerpen voor twee jaar aangesteld als Stadsdichter. Een aantal gedichten zijn tot vandaag in de openbare ruimte te lezen, o.a. in de leeszaal van het FelixArchief, in Bibliotheek Permeke en de foyer van de Vlaamse Opera. In 2007 ontvangt hij naar aanleiding van het Stadsdichterschap het ere-doctoraat van de Universiteit van Antwerpen. In 2008 verschijnt de bundel Gedichten voor gelukkige mensen.
In zijn derde bundel, Helium (2019), thematiseert hij onder andere de dementie van zijn beide ouders. Zijn vader overlijdt in het voorjaar van 2019, in de lente van 2020 overlijdt zijn moeder. Helium wordt genomineerd voor de Ida Gerhardt Poëzieprijs.
Op verzoek van de stichting Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek (CPNB) schrijft hij het Boekenweekgedicht 2022, Kortom. In het Arboretum in Kalmthout wordt in 2023 het gedicht Pauze onthuld in de Gloriëtte, speciaal voor die plek geschreven.

In opdracht van De Standaard Magazine schrijft Bart artikels over design. Twee televisiescenario’s in opdracht van VRT/IKON worden verfilmd.
Steeds vaker is hij op het podium te zien: eerst in literaire programma’s als Geletterde Mensen van organisatie Behoud de Begeerte (met Joke van Leeuwen in 2001, en met Erwin Mortier en Adriaan van Dis in 2004), een enkele keer als acteur — zoals in Bremen is niet ver, een productie van Het Paleis.
Op verzoek van theater Luxemburg schrijft hij zijn eerste theaterstuk, Rover, dronkeman. Het stuk loopt twee seizoenen, met actrices Chris Lomme en Elke Dom en muzikant Chris Carlier. Het stuk wordt in het Duits vertaald en speelt van september 2005 tot juni 2008 in het Berlijnse Theater an der Parkaue.
Componist Filip Bral nodigt hem uit om Berona, een Slovaaks sprookje, te bewerken. Gerda Dendooven illustreert het nieuwe sprookje, Luna van de boom, in full-colour. Bij het boek hoort een cd met de compositie van Filip Bral, en met Bart als verteller. De muziekvoorstelling loopt drie seizoenen in Vlaanderen, en reist naar Duitsland, Oostenrijk, Frankrijk, Spanje, Zweden, met verschillende orkesten en verschillende vertellers. Op 9 en 10 april 2005 beleeft Luna van de boom zijn Amerikaanse première op Broadway, New York.

© Phile Deprez
In 1992 wordt Bart Moeyaert eindredacteur van het tijdschrift Top Magazine. Drie jaar later besluit hij voluit voor het beroep van schrijver te kiezen. Hij verlaat de uitgeverij waar hij gedebuteerd is en wordt verwelkomd door Querido, de uitgeverij waar in 1995 Blote handen verschijnt — en die hij tot vandaag trouw blijft. Blote handen is tot hiertoe vertaald in elf talen, werd veelvuldig bekroond (o.a. met de Zilveren Griffel, de Boekenleeuw en de Deutscher Jugendliteraturpreis), en markeert het begin van een nieuwe periode in zijn werk. Voor Blote handen (en zijn oeuvre) ontvangt hij in 1998 de Driejaarlijkse Prijs van de Vlaamse Gemeenschap — de huidige Ultima.

Na zijn studies in Brussel verhuist hij naar Antwerpen. Zijn eerste adres is Nieuwstad 14 — een adres dat later ook een gedicht zal worden. Hij woont aan het Theaterplein, met uitzicht op het theatergebouw waar in 1994 Kus me op de affiche zal staan, in 2000 Broere, in 2001 Bremen is niet ver en Ongelikt (zijn bewerking van King Lear van Shakespeare), en in 2007 Café Geluk.
Hij werkt freelance voor het tijdschrift Flair, waarvoor hij de kinderboekenbladzijde verzorgt en artikels vertaalt. In die periode schrijft hij ook een uitgebreid stuk over het leven van Astrid Lindgren.
Als vertaler uit het Duits debuteert hij in 1989 met De Nieuwe Pinokkio van Christine Nöstlinger. Meer vertalingen volgen: uit het Duits (Jürg Schubiger), Frans (Frédéric Clément, Chris Donner, Kitty Crowther) en Engels (Carolyn Coman, Shaun Tan, Jean Reidy).

In één van de dagboeken van Bart Moeyaert staat op 7 november 1980 de eerste en enige verwijzing naar ‘het boek dat af is’. Het boek dat wordt bedoeld, Duet met valse noten, verschijnt drie jaar later, op 1 oktober 1983. Uitgeverij Altiora, die dit debuut van een negentienjarige aandurft, gaat vier maanden na verschijnen al over tot een herdruk.
Op dat moment zit Moeyaert nog op school. Hij heeft net de Kunsthumaniora in Gent afgemaakt, en studeert Nederlands, Duits en geschiedenis in Brussel.
Duet met valse noten wordt bekroond met de Prijs van de Vlaamse Kinder- en Jeugdjury in 1984. Het boek wordt vertaald in het Japans, Duits, Catalaans en Hongaars, en krijgt ook een tweede leven als musical. Het debuut is tot vandaag nog steeds in druk.

Op 1 september 1970 gaat Bart voor het eerst naar school. In juni 1974 geeft hij een eerste huiskrant uit, getypt op zeven exemplaren. Een jaar later schrijft hij een eerste lang verhaal — en noemt het zelf een boek.
Op 18 juni 1978 leest hij in het programma Hartewens op de Belgische Radio 2 zijn gedicht Treurlied om de Schepping voor. Op 27 juni 1978 verschijnt in Stipkrant, de kinderkrant van De Standaard, het rijmpje Kwaak!, geschreven door Michiel Verberne. Bart Moeyaert heeft meteen spijt van het pseudoniem dat hij heeft gekozen — niemand gelooft dat het zijn gedicht is.
Van zijn tiende tot zijn vijftiende neemt hij regelmatig deel aan voordrachtswedstrijden, vaak ook met eigen werk. Het cadeauboekje 56 kilometer, dat later speciaal voor zijn twintigste schrijversverjaardag wordt uitgegeven, bevat foto’s, notities en herinneringen, in het bijzonder over zijn vroegste lees- en schrijfervaringen.

Op 1 augustus 1950 trouwen Henriette Smessaert (1926), kamermeisje in het kasteel Gruuthuse in het Belgische Oostkamp, en Omer Moeyaert (1927), onderwijzer. Ze wonen een tijdlang in het kasteel en verhuizen later naar de woning die ze net buiten de Vesten van Brugge hebben gebouwd. Ze krijgen zeven zonen.
Op 9 juni 1964, om twintig voor acht, wordt de zevende zoon geboren: Bart Peter Boudewijn Moeyaert. Hij krijgt — zoals het in België gaat met een zevende zoon op rij — de regerende koning als peetvader. Vanwege het Koninklijk Paleis wordt een cadeau gebracht: een gouden beker en een gouden lepel waarin een kroon en de letter B van Boudewijn zijn gegraveerd.
In De koning was geweest, een verhaal uit Broere (2000, Querido), is er sprake van dat cadeau en van koninklijk bezoek.
